De War Badge
Actuele versie: http://fablabamersfoort.nl/en/book/closed-aansturing

Closed aansturing lasercutter

By peteruithoven, ameeuwsen. Last update on 12 Aug 2014.

Oude Lasersnijder handleiding
Lasersnijder instellingen

De laser snijder

Een laser snijder kan vlakke materialen uitsnijden en graveren. Materialen hiervoor geschikt zijn; karton, hout, perspex en rubber, alleen plastic soorten zonder chloor, zoals plexiglas, maar geen pvc.

De laser snijder heeft drie verschillende modussen:

  • Scan. Hierbij graveert hij een vorm. Hij brand dus een laagje van het materiaal af. 
  • Cut. Hierbij snijd hij met continue kracht door materialen heen. 
  • Dot. Hierbij geeft hij met een bepaalde interval een puls. In deze modus kan materiaal vaak het beste gesneden worden, omdat het waarschijnlijk minder warm wordt. 

Uittekenen

Het begint met iets digitaal ontwerpen in een tekenprogramma. Voor graveren kun je bitmap tekeningen maken, met bijv. PhotoShop of Gimp. Met vector tekeningen kun je van alle modussen gebruik maken, deze kun je maken met programma's zoals IllustratorInkScape of CorelDraw.
Wanneer je zelf geen software hebt raden we aan Inkscape te gebruiken. Dit is namelijk vrij makkelijk te leren en Opensource. Een aantal tutorials voor Inkscape: 
Basisgeavanceerdvormen

Het handigste vaak is om tekeningen hierin te maken, maar je kunt ook tekeningen inscannen die je dan geschikt kunt maken voor het laser snijden. 

Door vormen verschillende kleuren mee te geven kun je deze uiteindelijk andere opties meegeven voor het laser snijden.

De lasersnijder kan in een gebied snijden van 500x300mm. Bij gegraveerde gedeeltes heeft hij een extra 5cm aan beide zijkanten nodig om uit te zwenken. 

Laser snijden

De laser snijder stuur je aan via Mornlasercut.

Experimenteren

We raden aan voordat je jou uiteindelijke tekening probeert te snijden je eerst goed experimenteert met alle instellingen en het materiaal. Op die manier bespaar je een boel materiaal en tijd. 
Voor het graveren raden we aan bijv. een klein vierkantje te tekenen van 10x10mm. Wanneer je door materiaal wilt snijden kun je het beste beginnen met een kort lijntje (10mm bijv.) en deze door de zijkant van het materiaal snijden. Zo kun je zien of je er goed doorheen komt. Wanneer dat aardig lukt is het sterk aan te raden een stuk van 10cm te proberen, om te kijken of het ook werkt wanneer de laser snelheid kan maken. 
Als begin kun je de instellingen opzoeken die andere mensen genoteerd hebben bij de Laser cutter instellingen
Met de pijltjes toetsen op de machine kun je de begin positie van je tekening aanpassen, hierdoor kun je heel makkelijk dezelfde tekening een aantal keer herhalen op andere plaatsen.
Wanneer je veel experimenteert met de configuratie is het handig bij je experimenten te schrijven wat de instellingen waren. 
Gebruik voor het testen eerst zoveel mogelijk restkarton. 

Configuratie

Zet de apparatuur aan door rechts van het beeldscherm de stekkerdoos aan te zetten. 
De laser focust zijn kracht op een bepaald punt, omdat de materialen echter van dikte kunnen variëren moet je de laser kop op de goede hoogte zetten. Eerst moet je daardoor het onderste gedeelte van de laser kop losdraaien. Dit doe je door de grotere, platte, koperen moer, aan de voorkant van de kop, los te draaien. Om de hoogte makkelijk te kunnen afstellen hebben we een blauw stukje doorzichtig plexiglasplastic met plakband. Deze moet je tussen jou materiaal en de laserkop leggen (het stukje plastic op de zijkant leggen, zoals op de foto), vervolgens kan je de laserkop hierop "laten vallen" en weer vastdraaien. Let erop dat het materiaal zo plat mogelijk ligt. 

Met de pijltjestoetsen op de machine kun je de beginpositie van je tekening aanpassen. 

Met mornlasercut kan je direct DXF bestanden importeren. Hier zie je het beginscherm van het programma.  

Om een bestand te importeren, ga je naar File -> Import

Vervolgens kies je het gewenste bestand. Daarna krijg je het geïmporteerde ontwerp te zien.

Het groene vierkantje laat zien waar de lasersnijder begint met snijden. Dit is dus waar je de kop neergezet hebt.

Onder 'Layer Parameter' zie je alle gebruikte kleuren. Hier kan je ook kiezen wat je wilt dat de laser met die kleur doet. Dubbelklik op de kleur die je in wilt stellen.

Met "Is Output" kan je kiezen of de lasersnijder het moet gebruiken of gewoon negeren. Ook kan je in dit venster kiezen tussen Scan, Cut of Dot.

Hierin kun je instellen: 

  • Output: Moet de layer wel of niet uitgesneden worden.
  • Speed: Hoe snel moet de laser verplaatsen tijdens het lazeren (deze setting wordt genegeerd bij de Laser Dot optie) 
  • Min, max power: Hoeveel kracht de laser gebruikt. Er wordt een min en max power wordt gebruikt om rekening te houden met de snelheid van de laserkop. Wanneer hij snelle bewegingen maakt, moet hij ook meer kracht geven en omgekeerd. Dit betekent ook dat je voor grotere tekeningen grotere tests moet maken, om dat verschil te checken. Om dit verschil te beperken moet je ervoor zorgen dat hij niet zoveel hoeft te remmen, dus de snelheid beperken.
    Bijv min power op 20, 30. 
  • Processing mode: Welke snijmodus. 

Dit is vooral een kwestie van experimenteren. Veel voorgeprobeerde ontwerpen zijn te vinden op de Lasersnijder instellingen pagina.

 Wanneer je als processing mode 'Scan' kiest krijg je nog een aantal extra opties: 

  • Offset: of de lasersnijder een aantal millimeters naar een bepaalde richting moet bij het scannen 
  • Interval: Hoeveel ruimte er moet zitten tussen de lijnen die de laser graveert. Bij een te grote interval krijg je dus meerdere groeven i.p.v. één vlak.We hebben ondervonden dat je bij rubber bijv. de interval moet verlagen naar 0.01. (we weten nog niet zeker op deze opties invloed hebben bij een niet bitmap afbeelding maar vector afbeelding)

Bij de 'Dot' optie krijg je ook nog een aantal extra instellingen: 

  • Dot time: Hoelang de laser bij 1 punt blijft.
  • Dot interval: Om de hoeveel afstand hij een punt moet zetten.
  • (Voor de laserdot optie maakt de bovenstaande setting Speed niet uit, dit wordt geregeld dmv de dot time instelling)

Als je alles goed ingesteld hebt, druk je op 'Start' om te beginnen met snijden.

NB: de kleine koperen draaiknop onderaan regelt de luchttoevoer; dit kan ook het resultaat beinvloeden afhankelijk van materiaal en instellingen.

Tips

  • Stof op het oppervlak rond de gelaserde tekening kan je aanzienlijk voorkomen door je materiaal aan de zijkanten op een verhoging te leggen zodat er een laag lucht tussen het materiaal en de bodemplaat van de laserprinter ontstaat. Stel wel de hoogte laserpen hierop af.
  • Een branderige rand op hout kan je voorkomen of verminderen door (gaffel-)tape over het te lasercutten gedeelte van het hout te plakken. Speel ook wat met het vermogen en de snelheid.
  • Bij het graveren heeft de laser kom horizontaal extra ruimte nodig om uit te zwiepen en weer te accelereren. Dit is rond de 5cm aan beide kanten.
  • Het is mogelijk grotere planken door de gleuf onder de laser snijder te leggen. Hierdoor kun je een gedeelte van een grotere plank bijv. graveren of kun je hout efficiënter gebruiken.
  • Error: "No work data". De lasersnijder vind geen data om mee te werken. Controlleer of of output wel op Yes staat i.p.v. No
  • Als de laser lijkt te beginnen aan een opdracht, maar op een gegeven moment stop kan het zijn dat er een tekening buiten het bereik van de lasersnijder staat. Bijvoorbeeld doordat deze ergens anders in je document staat, dit kun je checken door even ver uit te zoomen.
  • Let op de afmetingen van je ontwerp, als je een ontwerp opslaat kun je dit het beste in .EPS formaat doen, hierdoor blijven de originele afmetingen behouden. Let bij het opslaan in .EPS formaat op dat je de oudst beschikbare EPS versie selecteerd (meestal 3.0).
  • Zet in Coreldraw de lijnen op 'hairlines' om ervoor te zorgen dat de machine een lijn maar 1 keer snijdt.